Lol in lezen!

Gastblog door Saskia Stibbe

Op de basisschool wordt veel aandacht besteed aan technisch en begrijpend lezen. Natuurlijk is dit heel belangrijk, maar hoe blijft lezen leuk voor kinderen? Hoe maak je ze enthousiast voor boeken?

Zowel de ouders als de leerkrachten hebben hierin een belangrijke rol. Zo zal de leerkracht op school de kinderen regelmatig zelf laten lezen en boeken voorlezen.

Vrijwel op iedere basisschool vind je een schoolbibliotheek waar de kinderen zelf boeken kunnen lenen. Vaak is er in de klas ook een plek waar ze boeken kunnen bekijken en lezen. In deze leeshoek staat bijvoorbeeld een bank of een zitzak met een breed aanbod aan boeken, zoals prentenboeken, verhalenbundels, informatieve boeken, rijmbundels en sprookjesboeken.

Naast het zelf lezen, vinden kinderen het ook erg leuk om voorgelezen te worden. Voorlezen is een sociale activiteit die zelfs kinderen in groep 8 leuk blijven vinden. Zelf herinner ik me nog wanneer mijn meester ons aan het eind van de dag voorlas uit ‘Snuf de hond’ van de schrijver Piet Prins. Tijdens het voorlezen leest de leerkracht niet alleen maar voor, hij praat ook met de kinderen over het boek.

Als ouder kun jij je kind stimuleren door een abonnement te nemen op de bibliotheek. Verder is de jaarlijkse Kinderboekenweek ook een manier om je kind enthousiast te krijgen voor boeken. Door het lezen van boeken ontdek je de wereld en maak je kennis met andere culturen. Het thema van de Kinderboekenweek is daarom dit jaar: ‘Hallo wereld’. Van 3 tot en met 14 oktober vinden er rond dit thema allerlei activiteiten plaats op scholen, in bibliotheken en boekenwinkels.

Wil je meer weten over hoe je kind leert lezen en hoe hij je hem kunt stimuleren, kijk dan op www.snapjekind.nl.

Saskia Stibbe is leerkracht en onderwijskundige.  Ze was als auteur betrokken bij de ontwikkeling van Snap je kind! Saskia zet zich in het dagelijks leven in om het leesplezier bij kinderen te stimuleren.

AVI-speak

Donderdag werd ik geïnterviewd door Saskia Stibbe voor de website vanSnap je kind!’.
We spraken over mijn ervaring als schrijver van AVI* boeken .
‘Is het nu erg moeilijk om een  AVI tekst te maken?’ vroeg zij.

Weet je wat? Laten we het gewoon eens proberen. Laten we iets spannends doen. We gaan schatgraven met Big. Doet u mee?

(C) Alice Hoogstad, illustratie uit Het geheim van de wind

Ik stel me voor, hoe Big bezig is, op het strand of in de zandbak, scheppend dat het een lieve lust is. Het zand stuift in het rond. Er is iets bijzonders, daar beneden, iets geheims dat hij wil ontdekken.

Zwiep zwap zegt mijn schep.
Zoef zoef, zingt het zand.
Ik graaf een gat
zo diep ik kan
helemaal naar Swaziland

Zwiep zwap zegt mijn schep.
Zoef zoef, zingt het zand.
Ik graaf een tunnel naar benee
mama, ga jij straks met me mee?

Big heeft vast geen flauw idee wat Swaziland is, maar het klinkt lekker exotisch en het rijmt. Dat is genoeg. Je hoort het zand rondzoeven en het ritme van de schep pulseren. Al gravend gaat ook de fantasie van Big dieper en dieper, totdat hij op zijn eigen grens stuit en mama weer nodig heeft.

Hoe ziet dit tekstje er nu uit in AVI-speak?
Big is net geen kleuter meer, dus de tekst moet passen in  AVI M3 (midden van groep 3). De woorden zwiep, zwap, zingt en zand zijn allemaal te moeilijk. Klei zou kunnen, maar  een kind denkt dan meteen aan boetseerklei. In de aarde? Tunnel? Twee lettergrepen, te moeilijk. Schep mag wel. ‘Sch’ kunnen ze aan, volgens AVI.
Goed. Daar gaan we.

Ik graaf een gat, (Nee. Graaf is ook te moeilijk)
Ik zoek, ik zoek,
Heel diep, met mijn schep
Wat is dat? (nee, voor een kind is het te moeilijk om de juiste klemtoon te vinden)
Hiep hoi, (o, nee, oi, mag niet)
Hiep hiep? (Mwah, beetje krom.) Wat fijn? (Getver, veel te stijf. )
Kijk, gaaf! (spreektaal, beetje aan de lompe kant, maar ‘t  kan wel)
Daar is een schat.’

Dan krijgen we:

Ik zoek, ik zoek.
Heel diep, met mijn schep.
Kijk! Gaaf!
Daar is een schat.

Het is leesbaar, het is vlot, maar meer ook niet. Waar is de sfeer, het gevoel, de spanning, de zintuigelijkheid, waardoor een kind zich kan inleven?
Schrijvers zijn ware ‘taalyogi’s’, die  op taalgebied hun benen in hun nek kunnen knopen als het moet. Maar ergens houdt het op. Wie fluistert daar #AVI=taalverkrachting? Een mooie AVI tekst schrijven op dit niveau is eigenlijk niet te doen. Je kunt moeilijke woorden niet straffeloos wegvlakken tot alles zoet en begrijpelijk is. Wie alleen maar zoetigheid krijgt, raakt ondervoed, die wordt slap, dik en ontevreden, of het nu of het nu om kunst gaat, om voedsel of om taal. Alleen de duivel heeft geen schaduw.

AVI is ontwikkeld als toetsmethode en niet zozeer om te leren lezen. Om goed te leren lezen, moeten kinderen zich allereerst thuisvoelen in een tekst, opgenomen worden in de klank. Ze beleven het zoeven van de schep in het zand door het ritme van de taal. Al lezend kunnen ze dieper en dieper in de ervaring zakken, zo diep, dat ze zelfs de schaduwen ontdekken.

Ondanks de knellende beperkingen van AVI, probeer ik dat in al mijn boeken voor elkaar te krijgen. Moeilijk? Ongelooflijk moeilijk. Maar wat een voldoening als het lukt!

 

Wist je dat tienduizenden kinderen hebben leren lezen met Debora’s AVI boekjes? Koop nu  3 van Debora’s mooiste AVI boekjes, niveau AVI M3, voor maar 10 euro per setje; vanaf 2 setjes krijg je ze gratis opgestuurd.

Inspiratiemail ontvangen? Meld je hier  aan.

*AVI is een vernuftig systeem om teksten in te delen naar moeilijkheidsgraad.