In Persephone’s Armen – Zeewier

Een voorpublicatie uit mijn nieuwste roman, In Persephone’s Armen

door Debora Zachariasse.

In Persephone’s Armen vertelt het verhaal over Elora, priesteres van de Grote Persephone, die vijfduizend jaar geleden een belangrijke tempel bestuurde, de tempel van de maan en de getijden. Als jong meisje is Elora in opleiding in de Kruiderij, waar haar ziel en zaligheid ligt. Maar Rhea Elodia, de hogepriesteres, heeft andere plannen voor haar.

Elora vertelt…

‘Het was mijn grote droom om mij verder te bekwamen in het gebruik van kruiden en dranken brouwen, iets waar Aïshna een meesteres in was. De plantenwereld kwam mij voor als uiterst lieflijk en zacht, ja, werkelijk bloemig. Het was een verademing na de krachtige energie van dans en ritueel, een oase van rust na alle kolkende emoties van de wereld van de diplomatie. Zo vaak ik maar tijd had, zocht ik Aïshna op in de Kruiderij, waar op planken aan de wand rijen kleine kruiken stonden, netjes dichtgebonden met geitenblaas, keurig voorzien van opschriften in witte krijtletters, soms zelfs ingegraveerd in de potten. Aan het plafond hingen bossen kruiden te drogen.
Ik weet nog hoe ik na mijn eerste tochtje met Nicholla op een vrij ogenblik naar Aïshna ging om haar te vertellen over het zeewier. Ze stond te roeren in een kleine koperen ketel boven een vuurtje.
‘Ik heb zeewier gevangen,’ zei ik trots.
Haar ogen begonnen te glimmen. ‘Ben je met Nicholla uit geweest? Ik hoorde zoiets.’
Zo ging het altijd bij ons. Het was in de tempel onmogelijk om iets onopgemerkt te doen.
Ze keek me vriendelijk aan. ‘Heb je het meegebracht?’
Ik begreep niet wat ze bedoelde, mijn gedachten nog bij Nicholla.
‘Het zeewier. Kijk niet zo onnozel.’
O, het zeewier. Nee, daar had ik niet aan gedacht.
Ze vroeg me alles over het tochtje en ik vertelde precies waar we het zeewier gevonden hadden en beschreef hoe het eruit zag. ‘Het was dun en groen, met brede bladeren. Het zwierde in het water rond als natte haren, maar dan breder, heel sierlijk. Maar als je het boven water haalde werd het net snot.’
Aïshna moest lachen. ‘Zeesla,’ zei ze. ‘Heb je ernaar geluisterd? Vertelde het je nog wat?’
‘Het zong voor me toen het nog in het water zwierde. Een deinend lied over golven die je overspoelen en je meenemen naar verre landen, over vissen die je strelen en van je eten. Het was een zacht en warm en slaperig lied, als voor een kind in de moederschoot. Als bloed in de aderen. Maar toen ik het gevoel kreeg dat het erg zacht en slap spul is, veranderde de melodie, toen vertelde het pittig en scherp en flink gezouten over een zeldzame kracht. Toen kreeg ik het idee dat het erg goed was voor het hart.’
Aïshna streelde over m’n haren. ‘Je hebt goed geluisterd,’ zei ze. ‘Ik gebruik zeewier als opkikker als mensen oud worden of uitgeput zijn, zoals bijvoorbeeld na een zwangerschap of na een lange reis. Het brengt ze terug in contact met hun eigen levensritme, omdat ook het zeewier zo aan het ritme van het water gewend is dat het deel uitmaakt van haar wezen. En het helpt zo het hart, ritmebewaker in ons lichaam, en ook de gewrichten die ons laten bewegen. Van alle soorten zout is het zoute zeewier het meest vloeiende, het minst starre, minder zelfs nog dan het zout dat we zo uit het water winnen. Het zeewierzout is vele malen minder star dan het zout dat diep in de aarde groeit. Aardezout is meer geschikt voor de botten, maar het werkt al gauw te verstarrend. Mensen verdragend dat niet goed, want ze zijn vloeiende wezens.’
Zo vertelde Aïshna over alle planten. Iedere plant had een eigen verhaal en ze sprak erover als echte levende wezens die zij persoonlijk kende, ja, als haar vrienden.  Ik begreep wel waarover ze sprak, maar wat voor mij alleen maar vage gevoelens waren, wist.zij helder en duidelijk te verwoorden.
‘Als je nog eens met Nicholla uit gaat, breng dan wat zeesla voor me mee, want m’n voorraad begint op te raken. Dit is het goede seizoen. Maar vergeet niet eerst contact te maken met de planten, anders pluk je alleen hun lichaam, maar niet hun kracht. En groet de watergeesten en de luchtgeesten, want daar heeft de zeesla een sterke band mee.’
Dat deed ik.
Zo vaak ik maar kon, hing ik rond in de Kruiderij, stripte droge kruiden van de stelen, schudde geduldig zaadjes in kleine bakjes, maalde schors en raspte geurig hout, roerde in kokende ketels, en zeefde de kruiden uit de olie en smolt er gouden bijenwas bij om genezende zalf te maken. Een deel bijenwas op vijf delen olie, roeren totdat alles afgekoeld was, zodat het niet zou klonteren. Ik bereidde honingzalf voor brandwonden en ontstekingen, tijmzalf voor de luchtwegen, eikenschorszalf om de aambeien te verlichten na de bevalling, venkelzalf om de borsten van voedende vrouwen te verzorgen en de melk te verrijken. We lieten kruiden trekken in wijn voor ouderen. Bittere kruiden om de eetlust te bevorderen; melisse om de strelende slaap te roepen of sint janskruid om hun levenslust aan te wakkeren. Soms mocht ik zelfs het giftige doornappel bereiden. Met liefde had ik de rest van mijn leven daar gesleten, in de Kruiderij, tussen de flessen en geur van kruiden.

Maar Rhea Elodia had andere plannen.

 

Op dit moment leg ik de laatste hand aan het boek. Het is tijd. In Persephone’s Armen mag nu het levenslicht zien.

Zet je jouw commentaar hieronder?  Ik vind het fijn om te horen wat jij ervan vindt.

 

 Al het verse nieuws over In Persephone’s Armen gratis in je mailbox met de Inspiratiemail van De Magische Bongerd. Meld je snel aan.

Laatste nieuws: vanaf februari 2013 schrijf ik in Onkruid over het leven in De Magische Bongerd, over kruiden en natuurlijk genezen, on over allerlei andere geheimen van de Westerse Weg van de Wijsheid.

Related posts:

3 thoughts on “In Persephone’s Armen – Zeewier

  1. “Vergeet niet eerst contact te maken met de planten: ach wat mooi! “Ik heb ooit eens een documentaire gezien over een Surinaamse vrouw in haar moestuin, die toestemming vroeg aan de bomen om de vruchten te plukken en ze bedankte daarna. Zo mooi vind ik dit, en zo waar. Ik ben op reis van tuinieren vanuit het boekje naar tuinieren vanuit de ziel en dit mooie blog is een van de juweeltjes die ik onderweg tegenkom.

    • Ja, planten zijn echt levende wezens, dus waarom zou je er geen contact mee maken? Ik deo ‘s morgens meestal een klein ritueeltje buiten in de kruidentuin, waarbij ik de vier windstreken groet met een plengoffer van thee.
      Ik zag het een sstokoude vrouw doen in de film Story of the Weeping Camel.
      Ook zoiets moois.
      Het boekje dat je noemt ken ik niet, klinkt hel interessant. Heeft het een isbn?

      En ken je dat prachtige boek van Marjanne Huising, Kruidenwijsheid ? Heel inspirerend.
      Hartelijke groet, Debora

      • Het boek wat ik noemde zou nog geschreven moeten worden. Ik probeer heel langzaam de voorschriften voor het tuinieren los te laten en te luisteren naar wat planten zelf te vertellen hebben. Het boek kruidenwijsheid heb ik direct op m’n verlanglijstje gezet.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>